Randstadrail onzorgvuldig

Wat iedereen al vermoedde is nu officieel. Een te korte testperiode van Randstadrail heeft er voor gezorgd dat het project uiteindelijk met ruim een jaar vertraging van start is gegaan.

Het is een van de conclusies van een onderzoekscommissie van de TU Delft naar het reilen en zeilen rond Randstadrail. Uit het rapport blijkt dat de drang om het project op tijd af te krijgen, juist averechts heeft uitgepakt. Signalen van ambtenaren om de oplevering van het project uit te stellen, zijn door de bestuurders genegeerd. “De afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid, had zorgvuldiger moeten plaatsvinden,” concludeert het rapport.

De commissie kraakt vooral harde noten over de te korte testperiode van Randstadrail. Voor de testritten waren slechts drie maanden uitgetrokken. Het proefdraaien verliep bepaald niet vlekkeloos, maar op basis van drie geslaagde ‘spitsritten’ is door de instanties groen licht gegeven. De commissie concludeert dat door de hoge tijdsdruk tijdens de testperiode ‘aannemers elkaar voor de voeten liepen en het toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden tekort schoot’.

Als verzachtende omstandigheden noemt de onderzoekscommissie het feit dat een dergelijk project in Nederland nog nooit is uitgevoerd. “Het is dan ook uitzonderlijk dat een zoiets complex netjes binnen het budget is uitgevoerd,” stelt onderzoeker Ernst ten Heuvelhof.

De start van Randstadrail verliep desastreus. Na een vertraagde oplevering en vier ontsporingen in het najaar van 2006 werd het project tot nader order stilgelegd. Het stadsgewest Haaglanden besloot daarop tot een extern onderzoek.

Dit is overigens niet het enige onderzoek naar Randstadrail. De vier ontsporingen zijn al onderzocht door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Op dit moment buigt ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid zich nog over de incidenten. Dit rapport wordt binnenkort verwacht.

Randstadrail rijdt sinds vorig najaar weer over alle delen van het traject tussen Den Haag, Zoetermeer en Rotterdam.

Aanvulling Staatscourant



Bij de besluitvorming over RandstadRail is er door de sturing op tijd en geld onvoldoende aandacht geweest voor kwaliteit en veiligheid. Dat is de hoofdconclusie van een extern onderzoek van
de TU Delft. Aanleiding voor het onderzoek waren de vier ontsporingen eind 2006, die leidden tot het stilleggen van de dienst. Eerder zijn de technische oorzaken daarvan al tegen het licht gehouden, in dit onderzoek is gekeken naar de bestuurlijke aspecten sinds de start van
het project in 2001.

Het donderdag gepresenteerde rapport wijst met nadruk op veel zaken die wel goed zijn gegaan. Zo is er, door strak te sturen op tijd en geld een efficiënte besteding van middelen geweest en is het zelfs gelukt binnen budget een aantal extra zaken te realiseren.

Tegelijk vormt die strakke budgettaire sturing een van de oorzaken voor het misgaan van een aantal zaken. Haaglanden, de gemeente Den Haag en vervoerder HTM zijn zo gefocust geweest op financiële risico’s dat men zich onvoldoende heeft verdiept in de (on)mogelijkheden van bepaalde systeemkeuzes. Het project is gaandeweg steeds uitgebreider en complexer geworden (zo werd lopende de werkzaamheden besloten om het totale spoor in Zoetermeer te vernieuwen en om bij de
stroomvoorziening over te schakelen van 1500 V op 750 V) zonder dat de organisatie daarop werd aangepast.

Op veiligheidsgebied ontbraken duidelijke normen en was de rolverdeling tussen de verschillende actoren niet duidelijk, iets wat de Inspectie Verkeer en Waterstaat in haar onderzoek ook al had
geconcludeerd. Het ontbrak de verantwoordelijken voor veiligheid daardoor aan inhoudelijke argumenten om weerwerk te bieden aan de druk om snel, na onvoldoende testritten, met de exploitatie te beginnen.

De hoofdaanbeveling van de onderzoekers is dat het sturen op tijd en geld moet samengaan met ‘een sterkere borging van kwaliteit en veiligheid in combinatie met een adequaat afwegingsarrangement’.
Verder moet onder meer de positie van de vervoerder en de beheerder worden versterkt en het veiligheidsmanagement meer op inhoudelijke leest worden geschoeid.

Peter Smit, verantwoordelijk portefeuillehouder bij Haaglanden én verkeerswethouder van Den Haag, vindt het ‘gewoon een goed rapport met aanbevelingen waar we wat mee kunnen en lessen waar we wat mee zullen doen.’

Reactie achterlaten