Lekker blowen in de rijdende hangplek van Zoetermeer

door Jeroen de Vreede

De conducteur die om tien over tien op perron negen staat, hoort zeker niet bij het speciale
controleteam van de Zoetermeer Stadslijn. Vlak voordat de Sprinter de deuren sluit, praat hij
namelijk nog via het raampje met een groepje bekenden. De anderen lachen. “Nee hoor, niet
zwartrijden?”. Na het fluitsignaal steekt de conducteur zijn hand op en sjokt het Haagse perron
af. De jongeren – vijftien, zestien jaar – in de trein verleggen hun aandacht naar een joint
van zeker twintig centimeter. Nog voordat de trein stilhoudt bij de Laan van NOI vult de zware,
zoete geur van de brandende joint de coupé.

Het is een vast beeld in de treinen op de Zoetermeerse ‘krakeling’. De lijn kampt al jaren met
aftakeling en verloedering. Jongeren gebruiken de stadslijn als rijdende hangplek. Niet zelden
komen daar vandalisme, intimidatie en zwartrijden bij. Het is een probleem dat al jaren speelt
en deze week kwam het weer uitgebreid in het nieuws. Controleurs maken de afgelopen maanden
veel vaker dan voorheen melding van agressie en ervaren een groeiend gevoel van onveiligheid.
Steevast wordt de Zoetermeerlijn genoemd als probleemtraject.

“Onze mensen dreigen echt geregeld te worden verbouwd”, zegt vakbondsbestuurder Vankan van de
VVMC. “Het moet afgelopen zijn. Op een aantal lijnen is het al erg, maar het is een trend die
ook elders steeds meer de kop opsteekt”. Recentste voorbeeld is het geknoei aan de noodrem,
waardoor een Sprinter eind juni noodgedwongen de rit moest staken. “Er is veel overlast van
jongeren die het reizigers, personeel en materieel moeilijk maken”, erkent woordvoerder Boutkam
van de NS.

Het is daarom dat spoorwegpolitie en regiopolitie -samen met de gemeente- al langere tijd een
strengere aanpak doorvoeren. Er hangen camera’s in de coupés, er is een mobiel controleteam en
er komt een anti-agressiecampagne op scholen. Binnenkort wordt het aantal camera’s op de
stations uitgebreid. Die nieuwe aanpak wordt regelmatig doorgesproken. “Twee weken geleden
nog”, verzekert een woordvoerder van de gemeente in een reactie op de kritiek van de
vakbonden.

De jongste cijfers van de spoorwegpolitie lijken te duiden op een ontwikkeling in de goede
richting. Er zijn minder meldingen van vernielingen, bedreigingen, graffiti en geweld in de
trein. De NS schrijft die ontwikkeling toe aan de camera’s. Volgens de NS-woordvoerder is de
recente noodkreet van de vakbonden daarom mede een kwestie van emotie. “Er wil wel eens
verschil zitten tussen cijfers en gevoel”. Dat is slechts het halve verhaal. De gegevens van de
spoorwegpolitie wijzen ook op een ander effect. De extra controles op zwartrijders – onderdeel
van de nieuwe aanpak – lokken meer agressie uit. Vorig jaar waren er drie keer per maand
dusdanige problemen bij kaartcontroles dat er rapport werd opgemaakt bij de spoorwegpolitie.
Dit jaar is dat gemiddeld vijf keer per maand. De NS bevestigt die bevindingen. “Hoe actiever
onze mensen controleren, hoe vaker zwartrijders worden geconfronteerd. Dat kan tot meer
agressie leiden”. De paradox van een hardere aanpak.

Imponeren

Het groepje blowers in de trein blijkt onder de indruk. Niet van de extra controles – het
vliegende team laat zich niet zien en de conducteur is maanden geleden al afgeschaft. Nee, alle
aandacht voor hun baldadig gedrag imponeert de groep. In de kranten, op de tv, da’s pas ‘cool’.
Terwijl de hijs aan de joint inmiddels is vervangen door een greep uit een grote zak
paprikachips, bespreken de tieners hun prestaties. Zwartrijden doen ze uiteraard. “Mij pakken
ze niet, tenzij ze met zeven man komen”. Twee van hen hebben zelfs wel eens ‘achterin in dat
hok’ gezeten. Ze doelen op de lege machinistenplek. “Nathan heeft zo’n sleutel, waarmee je naar
binnen kan”, verzekert een jongen.

“Moet je naar huis, of zo?”, wil een jongen weten die bij Seghwaert is opgestapt en de groep
luidruchtig begroet. De Hawaii-print op zijn shirt bestaat uit groene hennepbladeren. “Nee? Ga
effe mee, dan draaien we bij mij nog wat”. Bij het volgende station stapt de groep uit. De
vrije plaatsen worden ingenomen door twee jongens die de hele rit stilletjes achterin de coupé
hebben gezeten. Gehaast onderzoeken ze de zitplaatsen op resten van wiet of de uitgetrapte
joint. Ze hebben geen geluk. Uit frustratie trappen ze de prullenbakken ondersteboven en
rochelen de zitplaatsen onder. Een station verder slenteren ze het perron op.

Letterlijk bericht Haagsche Courant 1
augustus 2002

VVD wil aanpak van onveiligheid Sprinter

De VVD maakt zich zorgen over de veiligheid in de Sprinters op de Zoetermeer Stadslijn. De
laatste resultaten van een onderzoeksrapport zijn voor de partij dermate zorgwekkend, dat ze
van burgemeester en wethouders wil weten wat zij gedaan hebben om de situatie te keren.

De Sprinter is nummer één uit een top vijf van onveilige plekken die Zoetermeerders in hun
eigen stad ervaren. Niet alleen de reizigers hebben dat gevoel, ook het treinpersoneel heeft
moeite met diensten op dit traject. Volgens het rapport zouden conducteurs weigeren nog langer
op de Zoetermeer Stadslijn te controleren. Machinisten dreigen zich bovendien massaal ziek te
melden voor de beruchte avond- en weekeindediensten. Gevolg van het gebrek aan personeel is een
nog hoger percentage zwartrijders; volgens het rapport inmiddels al zeker dertig procent.

De rechtliberalen willen daarom van het college weten wat in het verleden al ondernomen is om de
veiligheid te vergroten. Daarnaast verwachten ze van de wethouders een lijstje met maatregelen
die nog genomen kunnen worden. De NS heeft al op tien van de twaalf Sprinterstations camera’s
geplaatst. Daarnaast zijn er extra controleurs van een particulier beveiligingsbedrijf.

De collegepartij roept het college op met betrokken partijen (NS, politie) rond de tafel te
zitten. Na het zomerreces van de Zoetermeerse politiek zou ook de stand van zaken gepresenteerd
moeten worden in de raadscommisie.

Letterlijk bericht Haagsche Courant
editie Zoetermeer 1 augustus 2002

Reactie achterlaten